Dáár is de baas!

Interview met zussen Verhoeven

Het thema van de Lelybel deze maand is de Boer. Boeren zijn van groot belang zoals we de laatste maanden nadrukkelijk konden waarnemen. Het Malieveld stond vol met boze agrariërs die protesteerden tegen het beleid ten aanzien van stikstof en PFAS. Bovendien bleek toen dat ook een gebrek aan waardering een rol bij speelde. Daar wilde de Lelybel op bescheiden wijze iets aan doen. We bezochten daarom de familie Verhoeven. Het bijzondere aan deze familie is dat de vier dochters elk een bedrijf runnen. Dat doen ze met hun ouders in een maatschap. Tijd om ze met een bezoek te vereren. Het is onvermijdelijk dat daarbij het coronavirus een rol speelt in het gesprek.

Hoe komen jullie alle vier tot het besluit boer te worden?

Simone: ‘We werkten van jongs af aan mee op de boerderij en hadden daar lol in. We zijn er dus gewoon ingerold. Eline en ikzelf hebben een eigen bedrijf elders. Yvonne en Linda werken voornamelijk op de andere locatie. Yvonne woont wel in een eigen woning op het bedrijf Linda woont op het akkerbouw bedrijf van haar man. De maatschap werkt dus op drie locaties.’

Vrouwelijke boerinnen is toch nog steeds wel bijzonder. Merken jullie dat ook in de bejegening?

Yvonne: ‘We hebben wel te maken met vertegenwoordigers die op de boerderij komen en dan vragen of je man thuis is. Eliene: Mijn man wijst dan naar mij en zegt daar is de baas.’

Is er een taakverdeling binnen het maatschap. Is die ook terug te voeren op wat eenieder leuk vindt?

Simone: ‘Ik ben de kalfjes-specialist. Dat vergt door alle regelgeving ook veel administratie. Eliene en Simone werken met melkrobots. Dat geeft maakt het werk lichter en zorgt voor meer flexibiliteit. We overwegen een derde aan te schaffen.’

Er is veel te doen over de relatie tussen de stad en de stadsranden. Die relatie zou moeten worden versterkt. Hebben jullie een binding met de stad?

Linda: ‘We hebben niet zoveel binding met de stad al gaan we er wel shoppen soms, al zijn er steeds minder winkels. We hebben op school gezeten op het Groenhorst college en de Arcus. Stedelingen weten vaak niet wat een boer precies doet. We zouden wel melk kunnen  gaan verkopen maar zijn gedwongen aan de melkfabriek te leveren. Bovendien zijn er ook weer heel veel regels waaraan je moet voldoen die het moeilijk maken. We hebben hier wel jarenlang veel kinderen gehad die ons Zomerkamp bezochten. Ook kwamen er wel schoolklassen langs voor educatie. Mijn man heeft ook een akkerbouwbedrijf en we verkochten wel pompoenen en kalebassen rechtstreeks van de akker.’

Boeren vrouwen anders dan mannen?

Simone: ‘Vrouwen zijn toch wel wat zorgzamer denk ik, vooral met kalfjes. Misschien werken we ook wat nauwgezetter en systematischer. Verder is er niet zoveel verschil denk ik. De melkrobot zorgt er wel voor dat je taak er wat anders uit gaat zien. Je verzamelt via sensoren data over de gezondheid en het welzijn van de beesten. Maar je moet ook door de data heen kunnen kijken en blijven letten op de koe. Niet alle keien zijn hetzelfde. Ze kunnen behoorlijk autistisch zijn, gewoontedieren al zijn er ook heel eigenwijze koeien.’

Wat is de lol van boer zijn?

Yvonne: ‘Je bent eigen baas en hebt veel vrijheid, ondanks de steeds strengere regels. Dat maakt de toekomst ook wel onzeker.’

Krijgen jullie genoeg waardering voor je werk?

Eline: ‘Zeker nu met het coronavirus merk je wel dat het besef groeit dat de boeren er toch voor zorgen dat de producten in supermarkten belanden. En ook door de ophef rond de stikstof. Er is blijkbaar een crisis voor nodig om dat te bewerkstelligen.’

Jullie werken in een maatschap. Hoe komen beslissingen tot stand?

Yvonne: ‘We komen er meestal samen wel uit. Als er grote investeringen moeten worden gedaan betrekken we onze ouders daar natuurlijk bij. Bijvoorbeeld over de aanschaf van een trekker.’

Hoe houden jullie ontwikkelingen bij?

Eline: ‘Laatst was hier een vertegenwoordiger die de koeien met een echoapparaat onderzocht. Toen kregen wij zo’n 3D-bril en konden meekijken. Veel nieuwe techniek is duur en daarom wachten we daar nog mee tot zaken zijn uitontwikkeld. Verder zit Simone in een studiegroep met jonge boeren uit de polder. Die nodigen bij voorbeeld sprekers uit. Simone werkt ook bij een mengvoerbedrijf en adviseer daarbij boeren over opfok en problemen bij kalveren. Eliene zit in de ledenraad voor de Coöperatieve Rundveeverbetering. Yvonne zit in de ledenraad van de voerfabriek. Simone zit in de jongerenraad van Campina.’

Hebben we in de toekomst een soort Superkoeien als alles straks in laboratoria tot stand komt?

Linda: ‘Dat denk ik niet. We hadden eerst ook alleen Holstein-koeien. Nu zie je ook steeds meer andere koeiensoorten. Zo’n koe moet ook bij je persoonlijke smaak en de stal passen.’

Tot slot, jullie werken met dieren en het gevaar van virussen is niet denkbeeldig zoals we inmiddels weten. Zijn jullie daar nu extra bang voor?

Simone: ‘Doordat koeien van de ene naar de andere boerderij gaan is dat inderdaad een gevaar. Maar de veeartsen zijn daar heel goed op ingesteld, ook bij de aankoop van een koe. Je moet ook nu al heel vaak je handen wassen. En als je kleine kinderen heb moet je heel goed oppassen want die zitten overal aan!