Rompelrijmen en diergedichten

Interview met Floor Koedam

Floor Koedam is een onderwijsman. Vanaf het begin, 11 jaar geleden, is hij betrokken bij dichterskring ‘De Dijkdichters’. Hij won op 30 januari jl., voor de tweede keer alweer, de Gedichtendagwedstrijd georganiseerd door de bibliotheek van Lelystad. Hij schreef ook al een gedicht voor een eerdere editie van de ‘Lelybel’. Voldoende aanleiding voor de ‘Lelybel om Floor met een bezoek te vereren in zijn fraaie en gezellige appartement vol boeken en kunst.

Wat zijn je ervaringen met het onderwijs in Lelystad?’

‘Ik ben in 1975 in Lelystad komen wonen. Eerst heb ik gewerkt op basisschool ‘De Schor’. In 2000 ben ik met een nieuwe school gestart met 3 kinderen, in een woonhuis in de Horst. Puur pionieren, met wat boekjes en schriftjes. Later is dat uitgegroeid tot de school ‘Het Spectrum’ met ooit 285 leerlingen en was ik daar directeur. In 2000 moest ik door ziekte stoppen met m’n werk in het onderwijs.’

Wat doen ‘De Dijkdichters’ zoal?

‘We lezen elkaar ons werk voor en we doen mee aan activiteiten of manifestaties. Het is een wat ouder gezelschap van 15 dichters dat slechts bij vertrek van een van de leden vers bloed kan aantrekken. Het aantal van 15 houdt verband met het feit dat het bij het voorlezen niet te veel wordt. Dan krijgen de gedichten niet de aandacht die ze verdienen. Onze jaarlijkse gezamenlijke uitjes worden vanwege die vergrijzing wel wat minder actief, maar we zijn bij voorbeeld de IJssel afgezakt en hebben met elkaar Schokland en de Marker Wadden bezocht. Schokland heeft voor mij een bijzondere betekenis, omdat mijn vader me daar vroeger vaak mee naar toe nam. We woonden er in de buurt (Ens) en ik heb er ook vaak gedichten over geschreven, die in het blad ‘Rondom Schokland’ gepubliceerd zijn.’

Van wie heb je het dichtersgen geërfd?

‘Mijn opa schreef ooit eens een liefdesgedicht, herinner ik me en mijn ouders, eenvoudige mensen, verzamelden gedichten die ze overschreven. Mijn vader was boerenarbeider maar dat zegt niets over zijn intelligentie. Hij las zelfs Emile Zola! De kansen om je verder te ontwikkelen waren er destijds gewoonweg niet. Afkomstig uit het onderwijs was ik wel geïnteresseerd in zijn bewaard gebleven oude rapportboekje. Daaruit bleek bij voorbeeld dat hij vaak ‘onwettig afwezig’ was, omdat hij moest meehelpen op het land. Ook werden de leerlingen gerangschikt naar hun leerprestaties: in het rapport werd met een cijfer vermeld op welke plaats je stond ten opzichte van de andere leerlingen!’

Je kunt bogen op een grote productie gedichten. Wat en waarvoor schreef en schrijf je zoal?

‘Naast het magazine ‘Rondom Schokland’ schreef ik ook voor het ‘Praxisbulletin’, een onderwijstijdschrift: praktische ideeën over onderwijs, kinderliedjes (sommige later ook op CD uitgebracht) en bijvoorbeeld ook over dat rapportboekje. Ik schreef ook artikelen over hoe je leerlingen gedichten kunt laten maken op school en ik gaf ook gastlessen.

Bij mijn literaire productie lag aanvankelijk het accent op de versjes, diergedichten. Daarvan maakte ik er vele honderden, geïnspireerd door Kees Stip, vaak door mezelf geïllustreerd. Versjes met dieren en plaatsnamen erin. Ik heb ook tientallen gedichten gemaakt gebaseerd op Cees Buddingh’s gorgelrijmen. Ik ben nu bezig met een nieuwe bundel met circa 180 versjes, nonsens-gedichten, over vreemde wezens: ‘Rompelrijmen’, ook weer zelf geïllustreerd. Die bundel komt nog dit jaar uit.’

Wat lees je zelf en wat staat er nog op je Bucket-list?

‘Ik heb vele klassiekers gelezen, bijvoorbeeld Russische, zoals Tolstoi, Dostojevski, Gogol. Sommige klassiekers zijn overigens niet om door te komen: Proust, Robert Musil. Ik ben lid van het L.P. Boon-genootschap en heb ook een omvangrijke verzameling van en over zijn werk. De jaarlijkse bijeenkomsten in Aalst van het Genootschap bezoek ik echter niet meer. Verder hou ik van Koos van Zomeren, die veel over dieren schrijft. Ik ben ook geïnteresseerd in science fiction. Ik probeer de nieuw-verschenen Nederlandse literatuur enigszins bij te houden, maar er verschijnt eigenlijk te veel. Ik probeer ook nog klassieke films te zien: de films van Chaplin, ‘Pantserkruiser Potjomkin’, dat soort films. Ik kijk heel weinig TV.’

Met als geschenk zijn alleraardigst, piepklein boekje ‘Uit de dierkunst’ verlaten we Floor. Maar niet zonder langs zijn boekenkast te lopen en die is om literair van te watertanden! We gaan voldaan op huis aan.

Populatie

De mondialisering vergt een bezinning op hoe we dit verschijnsel tegemoet treden. Binnen de MRA (Metropoolregio Amsterdam) wordt daar volop aan gewerkt. Door samen op te trekken menen de  gemeenten Almere en Lelystad de effecten van die mondialisering te beperken en binnen de MRA een vuist te maken. Niet altijd zichtbaar, soms irrelevant en onbegrepen, maar altijd met een urgente agenda werken tal van werkgroepen en commissies hieraan! We zoomen daar nu eens op in zodat ook op kleinschalig niveau zichtbaar wordt wat mondialisering betekent en hoe daarmee om te gaan. Bettine de Groot-Aarsveld sprak met de voorzitter van de commissie Hert en Ree in de Oostvaardersplassen, Jan Karwei.

Afbeelding met gras, dier, buiten, veld

Automatisch gegenereerde beschrijving

Jan, met welk doel is de commissie in het leven geroepen?

 ‘Daar kan ik kort over zijn: de Ree- en Hertproblematiek dreigde ons boven het hoofd te groeien.’

In elk opzicht?

‘Dan hebben we het bij voorbeeld over de overpopulatie, het al dan niet bijvoederen van de dieren en de relatie van het hert en ree met andere bewoners in het gebied. De commissie Remkes deed daar eerder aanbevelingen over.’

Weer Remkes?

‘Ja, maar het ging hier om zijn broer René. We wilden voor die commissie perse de naam Remkes want dat staat voor deskundigheid in de adviezen. Johan vond het goed.’

Wie zitten er in die commissie?

‘Daar zitten vertegenwoordigers in uit Almere en Lelystad. Over de precieze samenstelling praten we nog want als je een evenwichtige vertegenwoordiging zou willen zou je uitkomen op 3 Almeerders en 1 Lelystedeling. Getalsmatig klopt dat maar het schuurt toch bij stemmingen. Daarom denken we nu dat Almere 3 mensen levert en het voorzitterschap op zich neemt en Lelystad komt dan met 2 man. We vergaderen wel weer in de Vogelhut.’

Wat is de actualiteit binnen de commissie, waar wordt nu over gepraat?

‘Het gaat nu vooral over de verdeling van herten en reeën over het gebied. Dat is echt hot. Uit tellingenbleek dat de populatie zich voornamelijk bij Almere ophield. Dat is voor bezoekers van de Oostvaardersplassen aan de kant van Lelystad natuurlijk onverteerbaar! Die verdeling moet beter anders loop je inkomsten mis, dat ziet ook Almere in. Maar hoe dan? Er zijn nu drie scenario’s. De beestjes lokken met voer, maar dat staat op gespannen voet met Europese regelgeving. De dieren met gesimuleerd kruisvuur de andere kant op jagen is een andere optie. Dat zou echter een ongewenste escalatie kunnen veroorzaken door die oververhitte actiegroep. We denken nu aan het inbrengen van een chip bij de beesten. Die zou het magnetische noorden kunnen manipuleren, want daar navigeren ze op, zodat je elk hert en ree individueel kan aansturen. Zo kun je ze krijgen waar je ze wilt hebben.’

Maar dat ingrijpen in de natuurlijke habitat, mag dat zo maar?

‘Daar is de commissie helder in en ook eensgezind over: die evenredige verdeling is het beste voor beide gemeenten.’

Maar hoe bewaak je zo’n operatie?

‘Met drones. De commissie komt 6 keer per jaar bijeen en dan lezen we de data uit en kunnen we desgewenst elk hert of ree de goede kant op kunt sturen.’

Wat staat er nog meer op de agenda?

‘Vanwege die dreigende mondialisering kijken we natuurlijk ook naar het Coronavirus. De vraag die voorligt is: springt dat virus ook over van hert en ree op de mens? Gezien de ernst van dat vraagstuk hebben we advies gevraagd aan de commissie Remkes. Dat komt zeker te laat maar omdat de herten en reeën nu nog bij Almere in de buurt zitten hoeven we ons in lelystad daar minder zorgen om te maken.’

Na afloop van dit interview wijst Jan op zijn schoenen: ‘Echt hertenleer. De vetergaatjes zijn de originele gaten van de kogels waarmee dit dier is neergelegd. Uit diep respect voor het leed dat daarbij is aangericht draag ik deze schoenen.’ Waarvan acte.